Meditatie - November

Gepubliceerd op 30 oktober 2026 om 13:51

Bevende zekerheid

Bevende zekerheid is een bijzondere uitdrukking. Beven hoort juist bij onzekerheid, het tegenovergestelde. Bevende zekerheid is dan ook een paradox: 2 woorden die niet bij elkaar horen, bij elkaar gezet.
Het komt uit een gedicht van de dichter Ad den Besten. Het gaat als volgt:

Gij hebt, o God, dit broze bestaan gewild,
Hebt boven nameloze mij uitgetild,
laat mij dan dankbaar leven, de volle tijd,
geborgen in de bevende zekerheid.
dat ik niet uit dit smal en onvast bestand
van mijn bestaan zal vallen dan in uw hand.
Het is 1 lange zin die in drie delen uiteen valt. Het gaat over geboren worden, leven en dan tenslotte sterven. Dit korte gedichtje van 1 zin omvat heel het menselijk bestaan.

Dit broze bestaan, zo zegt het, is door God gewild. God wilde dat we er zijn. Hij heeft ons boven het nameloze uitgetild. Wij zijn er en we hebben een naam, een identiteit. We zijn iemand met zelfbewustzijn. Dat was de scheppingsdaad van God, die ons uit de zee van wat nooit gekend is en wat geen weet heeft, van alles dat er nooit is geweest en er ook nooit zal zijn, tevoorschijn heeft gehaald. We werden geboren. We kregen een naam. We werden iemand. God heeft dat gedaan. Het is een wonder dat we er zijn, een wonder dat we leven.

Maar het leven is broos. Het gaat gemakkelijk kapot. Door ziekte, door een ongeluk, door geweld. En toch, het gedicht dat een gebed is, vraagt God om dankbaarheid, ondanks de kwetsbaarheid van het leven en om dat wonderlijke dat we er zijn, te mogen ervaren. Ik lees de tussenzin ’de volle tijd’ zo dat het slaat op de dankbaarheid. Dat er altijd iets van levensvreugde is. Dat je blij bent dat je bestaat,
ondanks de broosheid van het bestaan. En daarvoor is iets extra nodig. Dat is die bevende zekerheid waarmee dit artikel begon.

En wat is dan de zekerheid? Namelijk dat ik niet terug zal vallen in het nameloze, maar in Gods Hand. Dat God de essentie van mijn wezen, van wie ik ben, op zal vangen als ik sterf. Sterven is altijd een reële mogelijkheid, want ons leven vindt plaats in een smal en onvast bestand. Smal en onvast: Je valt er zo maar ineens vanaf of je zakt er doorheen. Het leven is onzeker. Maar er is altijd die hand van God onder ons leven die ons opvangt. Dat is een zekerheid.

Maar zijn we daar zo zeker van? Het is een bevende zekerheid. We vertrouwen er op. Nee, we vragen om vertrouwen. Dat God dat vertrouwen in ons hart legt zodat we weten dat het waar is. Dat doet mij denken aan een bijbelvers: Hebreeën 11: 1
Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet
Het geloof is een bewijs en omdat we geloven zijn we zeker. Het geloof is niet op grond van een bewijs en omdat we zeker zijn. Nee, het geloof zelf is een bewijs en het is zelf de reden van de zekerheid.

Maar het blijft een bevende zekerheid. Want geloven we wel? Alleen als God ons dat geloof geeft en daarom vraagt dit gedicht.

Het staat ook in het nieuwe liedboek als gezang 920. Ik heb het nooit opgegeven omdat ik dacht (en denk) dat de melodie te moeilijk zou zijn. Maar gelezen worden kan het altijd. En dan raakt dit gedicht mij.

Marco Roepers

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.